Het Formule 1-seizoen 2019 was er één met twee gezichten. De sport werd voor de zomer bekritiseerd om zijn saaie races, maar antwoordde vervolgens met een aantal spectaculaire ontknopingen. Ook wat betreft het aantal inhaalacties maakte het een inhaalslag.
Als je puur naar het aantal inhaalacties kijkt, heeft de Formule 1 namelijk een paar mindere jaren achter de rug. Vooral 2017 was wat dat betreft een slecht jaar. Er werd toen in totaal ‘slechts’ 435 keer ingehaald, terwijl het jaar ervoor nog 866 keer werd ingehaald. Ook in de vijf jaar daarvoor was een totaal aantal inhaalacties van boven de 700 gangbaar.
Dat dit in 2017 zo tegenviel, kan worden verklaard door de reglementswijziging die toen plaatsvond. De auto’s werden breder en genereerden meer neerwaartse druk, waardoor zij moeilijker te volgen waren in de bochten. De afgelopen twee seizoenen lijkt de Formule 1 zich echter weer te hebben hersteld.
Zo werd er in 2018 alweer 615 keer ingehaald en in 2019 is de teller volgens motorsportstats.com blijven steken op 747. Dat is nog niet op het niveau van de hoogtijdagen van het DRS-tijdperk tussen 2011 en 2016, toen gemiddeld ruim 40 inhaalacties per race werden behaald, maar het komt met 35,5 inhaalacties per race wél in de buurt.
Zoals gezegd speelt DRS daar nog altijd een grote rol in. Zelfs het slechte jaar 2017 kende ongeveer twee keer zoveel inhaalacties als wat gangbaar was vóór het DRS-tijdperk. Toen kwam men over een heel seizoen zelden boven de 300 inhaalacties uit en was een gemiddelde van 15 inhaalacties per race gebruikelijk.
Om vergelijkbare aantallen als de 435 inhaalactie uit 2017 tegen te komen, moeten we nog verder terug in de geschiedenis. Tot 1991, toen 495 keer werd ingehaald.