Ferrari heeft duidelijk gemaakt dat Charles Leclerc en Carlos Sainz ook in de Grand Prix van Oostenrijk op een gelijke behandeling kunnen rekenen. Dat is wel zo eerlijk, maar is het ook verstandig?
Teamorders verdienen nooit de schoonheidsprijs en het is dan ook niet voor niks dat de FIA na het Formule 1-seizoen van 2002 besloot om het gebruik ervan te verbieden. Het bleek echter onmogelijk om het er helemaal uit te krijgen en F1-teams bleven het middel met regelmaat inzetten, zij het op verkapte wijze. Een van de meest bekende versies daarvan was afkomstig van Ferrari zelf, dat Felipe Massa liet weten dat Fernando Alonso ‘sneller was dan hij’. De Braziliaan begreep het bericht en liet zijn teamgenoot langs.
In 2011 besloot de FIA om het verbod uit het reglement te schrappen en vandaag de dag is het de teams dan ook nog altijd toegestaan om teamorders uit te vaardigen, maar het blijft tot verontwaardiging leiden als het middel wordt ingezet. Ferrari wil zichzelf geen controverse op de hals halen en houdt vast aan haar belofte van eerder in het seizoen: beide coureurs krijgen gelijke kansen.
De vraag is echter of dat verstandig is. Max Verstappen heeft een flinke voorsprong opgebouwd in het kampioenschap en zal dat blijven doen als Ferrari de punten evenredig blijft verdelen over haar coureurs. Bovendien had Leclerc vermoedelijk een veel grotere voorsprong op zijn teamgenoot gehad als hij niet te maken had gekregen met een aantal pechgevallen en slechte beslissingen van zijn team.
De Italiaanse renstal kiest er aan de andere kant wel voor om het spelletje eerlijk te spelen en dat verdient wél de schoonheidsprijs, in tegenstelling tot het gebruiken van teamorders. Mogelijk levert deze aanpak het team zelfs de constructeurstitel op, maar dat moet nog blijken. Maakt Ferrari hiermee de juiste keuze of heeft het de rijderstitel zo goed als opgegeven?