Daniel Ricciardo besloot aan het einde van 2018 om Red Bull Racing in te ruilen voor een avontuur bij Renault. Volgens Martin Brundle was de Grand Prix van Azerbeidzjan van dat jaar een belangrijke reden van de Australiër om de deur achter zich dicht te trekken.
Het lukte Ricciardo jarenlang om in de subtop van de Formule 1 mee te doen, maar vanaf de komst van Max Verstappen in 2016 veranderde de situatie. De Nederlander bleek zeer talentvol te zijn en gaf Ricciardo een extra uitdaging in zijn wagen, waarmee hij het lastig had. Bovendien merkte hij dat het team langzaam de voorkeur kreeg voor Verstappen, een situatie die hem niet lekker zat.
De race in Baku was volgens Brundle echter een sleutelmoment. Waar Ricciardo lang achter Verstappen bleef hangen, kwamen beide coureurs eveneens met elkaar in botsing. Na afloop merkte Ricciardo dat zijn team de schuld minstens evenveel bij hem legde als bij Verstappen, wat hij onterecht vond.
"Misschien was dat het moment dat hij zich realiseerde dat ze maar van één coureur konden houden en dat het Max zou zijn", oordeelt Brundle in gesprek met Fox Sports. "In zekere zin weet ik zeker dat, als je kon terugspoelen, hij waarschijnlijk bij Red Bull zou zijn gebleven en het zou hebben laten werken. Maar het is echt moeilijk als je weet dat je niet de favoriet bent."