Daniel Ricciardo is tevreden dat hij weer eens met punten naar huis kan gaan na de Grand Prix van Oostenrijk, maar ‘blij is een groot woord’. Dat concludeert de McLaren-coureur na weer een moeilijk weekend.
De negende plaats op de Red Bull Ring betekende voor Ricciardo pas zijn vierde puntenfinish van het seizoen, op een circuit waar McLaren historisch gezien niet bijzonder sterk is. De Australiër is dan ook tevreden met het resultaat, maar rekent zichzelf volgens The Race niet rijk. “Ik zou niet zo ver gaan om te zeggen dat ik blij ben, maar ik ben tevreden”, vat de Australiër samen.
De McLaren-coureur blijft worstelen met zijn bolide, die niet altijd doet wat hij wil. “Er waren een paar plaatsen waar ik de auto niet echt kon neerzetten waar ik wilde, dus dat was een beetje frustrerend”, gaat hij verder. Intussen blijft hij op zoek naar dat beetje extra snelheid dat hij mist om zich te mengen in de strijd om het middenveld: “We moeten die paar tienden meer hebben om met de Haas-auto’s en Lando te kunnen vechten.”
Ook Lando Norris was niet helemaal blij met zijn MCL36 in Oostenrijk. Daarbij verwijst hij naar zijn problemen met de krachtbron op vrijdag, waardoor hij belangrijke kilometers misliep voorafgaand aan de kwalificatie. Daar kwam nog een tijdstraf van vijf seconden bovenop, maar desondanks wist de Brit er een zevende plaats uit te slepen.
“Het tempo was redelijk, het was geen gemakkelijke auto om te besturen”, concludeert Norris. “Als we het weekend opnieuw zouden kunnen beginnen, zouden we veel sterker zijn en ik denk dat we waarschijnlijk de strijd met de Alpines aan hadden kunnen gaan. Door de problemen die we hebben gehad, hebben we echter niet zo hoog gescoord als we zouden moeten.”