De tijd van ongelimiteerd geld uitgeven door F1-teams is inmiddels verleden tijd. Sinds de invoering van de budgetcap vanaf het seizoen 2021 is voorgeschreven hoeveel een Formule 1-team in een kalenderjaar mag besteden aan zijn auto’s. De budgetcap is voornamelijk geïntroduceerd om een gelijker speelveld tussen de teams te maken.
In het verleden konden teams zoveel geld uitgeven aan de ontwikkeling van hun auto’s als ze wilden. De rijkere teams hadden daardoor een flink voordeel op de kleinere, die minder budgetten te besteden hadden. Als gevolg groeide de sportieve kloof tussen de grote en de kleinere teams. Voor de kleine teams was het nagenoeg onmogelijk om de achterstand op de topteams in te lopen. Om uiteindelijk meer onderlinge concurrentie op de baan te krijgen, besloten de teams en de FIA de budgetcap in te voeren. Bovendien zorgt de budgetcap ervoor dat het onbeperkt blijven produceren van onderdelen aan banden wordt gelegd, waardoor de sport duurzamer wordt.
Het oorspronkelijke plan was om een kostenplafond van 175 miljoen dollar in te voeren. Vanwege de coronapandemie en de financiële schade die de teams daardoor opliepen, werd in 2020 besloten om de budgetcap op 145 miljoen dollar vast te stellen. Het idee was om dit bedrag in 2022 en 2023 verder te reduceren met vijf miljoen dollar per jaar. De budgetcap wordt wel jaarlijks geïndexeerd naar het inflatiecijfer. De inflatie was in 2022 dusdanig hoog, dat de van de voorgenomen reductie van jaarlijks vijf miljoen euro weinig terecht is gekomen.
Alle uitgaven die verband houden met de prestaties van auto's (maar niet met de powerunits) vallen onder de budgetcap:
- Alle onderdelen van de auto
- Alle onderdelen die ervoor zorgen dat de auto’s kunnen rijden
- Het merendeel van het teampersoneel
- De uitrusting van de garage/machines in de fabrieken
- Reserveonderdelen
- Transportkosten
De teams moeten exact bijhouden hoeveel wat kost; tot aan een enkel moertje aan toe. Daarvoor hebben alle teams grote financiële afdelingen opgericht.
Er zijn ook zaken die niet onder de budgetcap vallen:
- Salarissen van de coureurs
- Het loon van de drie bestbetaalde personeelsleden
- Reiskosten
- Marketinguitgaven
- Vastgoed- en juridische kosten
- Fees om aan het kampioenschap te mogen meedoen
- Alle activiteiten die niets met de F1 van doen hebben
- Kosten ouderschaps- en ziekteverlof
- Bonussen voor werknemers en medische voordelen voor het personeel
Voor de kosten van de (de ontwikkeling van de) powerunits bestaat een speciaal reglement. Dit valt evenmin onder de budgetcap.
Als een team meer uitgeeft dan toegestaan, kunnen er straffen worden opgelegd. De hoogte van de straffen is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding. Voorbeelden van straffen zijn: punten in mindering, minder tijd in de windtunnel, een boete of een schorsing.
Als een team met meer dan vijf procent de budgetcap heeft overschreden, bestaat de mogelijkheid om het team uit het F1-kampioenschap te zetten.